P36 Een historisch scheepskanon
Tijdens de Eerste Engelse Oorlog vond in 1653 de Slag bij Ter Heijde plaats. Twaalf of dertien Nederlandse schepen vergingen daarbij. Luitenant-admiraal Maarten Harpertsz. Tromp verloor op zijn vlaggenschip Brederode door een musketkogel het leven. In 1962 werd voor de kust van Monster en Ter Heijde door een Scheveningse visser dit kanon opgevist. Het werd aangekocht door J. W. Bouman uit Wateringen die het in zijn bloementuin plaatste. Het kanon is nadien verplaatst naar deze plek langs de Wennetjessloot waar het de grens tussen Westland en Den Haag markeert. In de zeventiende en achttiende eeuw streden tijdens vier Engels-Nederlandse oorlogen de Engelsen en de Nederlanders met elkaar om de controle over de zee en handelsroutes. Dit heeft geleid tot het verlies van vele schepen en kostte tal van manschappen het leven.
Beschrijving
Begin jaren ’60 van de vorige eeuw werd J. W. Bouman uit Wateringen door een kennis getipt over een 17de-eeuws scheepskanon dat voor de Monsterse en Heijdse kust was opgevist. Het lag op de kade van de haven in Scheveningen. Bouman kon het van de schipper overnemen en hij stelde het op in zijn bloementuin langs de Wateringse Noordweg. Het adres daar werd na verloop opgeheven vanwege de aanleg van een zijweg. Vervolgens werd het kanon verplaatst naar een plaats langs het fietspad bij de Wennetjessloot. Niet ver van Haasjesheul
Voorgeschiedenis
In 1648 kwam er met de Vrede van Münster een einde aan de Tachtigjarige Oorlog. Samen met onder meer Engeland als bondgenoot eindigde deze Opstand tegen Spanje in een Nederlandse overwinning. Maar vier jaar later raakte de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden opnieuw in oorlog, dit keer met Engeland dat kort tevoren nog een bondgenoot was. Hoe ontstond deze Eerste Engels-Nederlandse Oorlog, die volledig op zee werd uitgevochten?
Hét grote twistpunt dat al een tijd speelde, was de heerschappij op de Noordzee en later in de Indische wateren. De Engelsen claimden de hele Noordzee als hun vaarwater. De Nederlanders, daartoe geïnspireerd door het werk Mare Liberum (‘De vrije zee’, 1609) van rechtsgeleerde Hugo de Groot, beklemtoonden daarentegen dat de internationale wateren vrij toegankelijk moesten zijn voor handelsschepen en vissersschepen.
Dit belangrijke visieverschil kwam op scherp te staan, toen het Engelse parlement – onder leiding van ‘Oude IJzervreter’ Oliver Cromwell – in 1651 de beruchte Akte van Navigatie uitvaardigde. Deze scheepvaartwet sloot de Nederlandse Republiek uit van handel met het Engelse Gemenebest. De wet gaf de Engelse marine de ruimte om, naast het weren van Nederlandse handelsschepen, deze schepen ook in beslag te nemen.
De directe aanleiding van de Eerste Engels-Nederlandse Oorlog vond plaats op 29 mei 1652. Op die dag voer de Nederlandse admiraal Maarten Harpertszoon Tromp als beschermer van een vloot van veertig koopvaardijschepen in een handelsescorte door het Kanaal, dat door de Engelsen de ‘Narrow Seas’ genoemd werd.

Portret van Maarten Tromp naar Jan Lievens.

De Slag bij Ter Heijde (1653) – Jan Abrahamsz. Van Beerstraten
De Engelsen eisten respect van buitenlandse schepen, die door de vlag te strijken symbolisch dienden te erkennen dat de Engelsen de opperheerschappij in het Kanaal hadden. Tromp weigerde dit, waarna Robert Blake, de gezagvoerder van de uit vijfentwintig schepen bestaande Engelse vloot, drie schoten afvuurde op de Nederlandse schepen. Het derde schot raakte een van de Nederlandse vaartuigen, waarop de Slag bij Dover uitbrak. Deze gebeurtenis markeert het begin van de Eerste Engels-Nederlandse Oorlog. Er werden zeven zeeslagen uitgevochten, op uiteen liggende locaties, alvorens de laatste van deze oorlog, de Slag bij Ter Heijde (8-10 augustus 1653) plaats vond.
Vanaf juni 1653 werd de situatie in de Nederlandse Republiek steeds nijpender, omdat de Engelsen steeds succesvoller werden in het blokkeren van de Noordzee. Hierdoor stegen de voedselprijzen in de Republiek aanzienlijk. In havensteden als Middelburg, Enkhuizen, Rotterdam en Dordrecht kwam het tot onlusten en betogingen. Hierop besloot de kersverse raadspensionaris Johan de Witt dat de Engelse blokkade koste wat kost doorbroken moest worden. Hierop volgde de Slag bij Ter Heijde.
120 Engelse schepen wachtten ter hoogte van Ter Heijde een vloot van zo’n 127 Nederlandse schepen op, die onder leiding van Maarten Tromp en Witte de With stond. Er waren vijf eskaders, met onder meer Michiel de Ruyter en Johan Evertsen als admiraal. Tijdens de zeeslag stierf Tromp, die geraakt werd door een kogel uit een musket van een Engelse sluipschutter. Tromp was op slag dood, maar volgens de legende zou hij als laatste woorden nog gesproken hebben:
“Ik heb gedaan, houdt goeden moed!”

Tromp sterft door een musketkogel
De Slag bij Ter Heijde werd een Engelse overwinning. Liefst 25 Nederlandse schepen deserteerden, zo’n tien schepen van de Republiek gingen ten onder, terwijl de Engelsen slechts één vaartuig verloren. De Slag bij Ter Heijde was de laatste zeeslag uit de Eerste Engels-Nederlandse Oorlog.
Beide partijen voelden zich moreel winnaar van de zeeoorlog. De Republiek bleef een sterke handelsnatie en bouwde weer een flinke vloot op, terwijl de Engelsen – die de meeste gevechten op zee hadden gewonnen – meenden met de Vrede van Westminster een goede slag te hebben geslagen. De handelsrivaliteit en onderlinge schermutselingen bleven echter doorgaan, vooral in het verre Indië, waar de VOC en de Britse East India Company (EIC) elkaar zoveel mogelijk dwars zaten.
In de voorgevel van de kerk in Ter Heijde is de ingemetselde Trompplaquette te bewonderen ter nagedachtenis aan Maarten Harpertszoon Tromp die omkwam bij de zeeslag op 10 augustus 1653 tijdens de Eerste Engels-Nederlandse Oorlog voor de kust van Ter Heijde. Twee kanonnen op de dijk bij Ter Heijde herinneren eveneens aan de zeeslag die voor de kust heeft plaatsgevonden.
Informatie en foto’s: historiek.net, auteurs: Enne Koops en Redactie